Elk jaar maakt WSM een jaarverslag, iets wat minder droog dan ons rapport voor de Belgische overheid, en met een bepaalde focus. Voor het 2014 jaarverslag kozen we de informele economie en het werk dat de WSM partners hierrond doen in Zuid-Azie.

2014 was een druk jaar voor de partners van WSM in Zuid-Azië. Meer dan 400.000 mensen werden door de partners bijgestaan op verschillende manieren rond het recht op sociale bescherming (rechtsbijstand, beroepsopleiding, sociale economie, sociale zekerheid, gezondheidszorg), waarvan 54% vrouwen. Zo kregen meer dan 72.000 mensen betere toegang tot sociale beschermingssystemen en 275.000 mensen tot betaalbare gezondheidszorg. Gezamenlijke politieke actie lobbyt met de nationale regeringen o.m. in Nepal rond veiligheid op het werk en rond gezondheidszorg voor textielarbeidsters in Bangladesh. De Bangladesh partners waren ook actief in de campagne die in België één jaar na de Rana Plaza ramp werd gevoerd en meer dan 13.000 handtekeningen verzamelde en er toe leiden dat JBC en Bel&Bo zich bij de Fair Wair Foundation aansloten.

Eén van de thema’s waar WSM en onze partners het actiefste rond zijn in Zuid-Azië is de informele economie, één van de grootste uitdagingen betreffende waardig werk. Acht op tien mensen in Zuid Azië werken in de informele economie, wereldwijd de regio met het hoogste percentage van mensen die hierin werken, in Nepal bijvoorbeeld goed voor 40% van het BNP. Het betreft meestal werk zonder duidelijk loon, maatregelen, statuut en dat vaak niet of slechts onrechtstreeks belast wordt. Meerdere problemen plagen deze werkers: geen schriftelijk arbeidscontract, geen identificatie, inkomstenonzekerheid, geen garantie voor veilige werkomstandigheden of dekking in geval van ongevallen, onbeperkte uren, werkers die uitgesloten van sociale zekerheidssystemen of collectieve arbeidsovereenkomsten. Vaak zijn het relatief ongeschoolde werkers, zoals huispersoneel, bouwvakkers of dagwerkers in de landbouw, die lange uren werken voor lage lonen en zonder jobzekerheid.

WSM en onze partners proberen hier iets aan te doen, op verschillende niveaus. Eerst en vooral via de diensten die ze aanbieden met de steun van WSM. Omdat informele werkgevers vaak geen certificaat willen of kunnen geven dat attest dat iemand een bepaald beroep uitoefent en zich daarom kan aansluiten aan specifieke tarieven bij de sociale zekerheid, heeft de Indische staat, na overleg met de sociale partners, aanvaard dat vakbonden zoals WSM partner CFTUI zo’n certificaat kunnen bezorgen. Dit leidt tot een win-win-win: het systeem van sociale zekerheid krijgt meer bijdrages en kan dus een ruimere bescherming bieden, de vakbond krijgt meer leden en kan hun belangen beter verdedigen en de informele werknemer krijgt, ondanks zijn/haar gebrek aan statuut, toch toegang tot ziekteverzekering of pensioen regelingen. Nochtans trachten momenteel de regeringen van meerdere Indische deelstaten die link tussen vakbonden en informele werknemers te verzwakken.

In Nepal bieden de twee grootste vakbonden, GEFONT en NTUC, allebei partners van Wereldsolidariteit (WSM), beroepsopleidingen en vorming aan home based workers, die bijvoorbeeld truien en mutsen breien of hun winkeltje hebben als kleermakers/aksters en steunen ze de groeperingen van werkers per regio of wijk. Om onderlinge competitie te vermijden bekwamen de kappers van Kathmandu zo dat bepaalde tarieven onderling werden vastgelegd. Huispersoneel gesteund door NDWM in India zette gelijkaardige stappen.

Ook AREDS in het zuiden van Indië startte een vakbond Kadalu met meer dan 2.500 werkers van de informele economie, die dan ook actief werd in een federatie op staat niveau. Maar AREDS gaat een stap verder en stelt het systeem van de economie zelf in vraag. Door lokaal alternatieven te ontwikkelen, met een eerste plot van zeventig aren braakland om te vormen tot een plek waar landbouwers irrigatie en landbouw technieken gebruiken om het land toch te kunnen bebouwen. Hier ligt de klemtoon op het organisch telen van gewassen, zonder pesticide of bemesting, en dit vooral voor eigen gebruik. Overschot wordt wel op de lokale markten verkocht, maar de filosofie erachter is om de manier waarop landbouwers grond beschouwen te veranderen: van een te exploiteren resource dat zoveel mogelijk geld moet opbrengen voor andere consumptie goederen, naar een woonplek dat mensen gezonde voeding geeft.

Naast de diensten voeren de WSM partners ook gezamenlijk politieke acties rond een waardig leefbaar inkomen voor de werkers van de informele economie. Maar in India zijn zowel de lokale werkomstandigheden, wetgeving en lonen erg verschillend van staat tot staat. Dus zijn de partners begonnen met een studie die ze zelf uitvoeren, die wordt gevoerd in tien staten en drie sectoren van de informele economie: constructie, huispersoneel en landbouw. Voor het merendeel van de partners is het de eerste keer dat ze een nationale studie zelf uitvoeren, met focus group discussions en 3.000 werkers die informatie geven over hun loon, hun dagdagelijkse uitgaven en werkomstandigheden. Dit zal de partners data en argumenten geven voor hun lobbyen voor waardig leefbaar inkomen, zowel op staat, nationaal en regionaal niveau.

Op internationaal niveau gaan WSM en de partners ook stappen zetten. De Internationale ArbeidsOrganisatie (IAO) werpt zich ook op deze problematiek, dat het hot item is tijdens de 2015 IAO conferentie in juni 2015, met de bedoeling een aanbeveling te formuleren rond de informele economie naar de lidstaten. Via WSM gaven de partners daar ook hun mening over, en de voorbereidende documenten aan de ILC 2014 verwezen bij verschillende gelegenheden naar deze bijdragen. Allemaal steentjes die in Zuid-Azië bijdragen aan het bouwen van het huis van sociale bescherming…

Advertisements